PLEUR OP

In de psychiatrische kliniek werkt een altijd gesluierde en zeer vrome moslima uit Afghanistan bij de schoonmaakdienst. Zij is gevlucht in de jaren 90 van de vorige eeuw tijdens een van de vele onrustige periodes in het land. Zij heeft wel eens aan een vrouwelijke collega littekens op haar been laten zien die zij heeft overgehouden aan scherven van een bom die vlakbij haar familiehuis is ingeslagen en door de muren heen in haar lijf. Enkele andere familieleden die ook thuis waren, hebben de bominslag niet overleefd.

Zij wordt uitgenodigd voor personeelsetentjes. Dan is zij er altijd bij. Op de fiets komt zij, ongeacht hoe ver het van haar appartement is. In verzorgd maar gebrekkig Nederlands groet zij iedereen elke ochtend. Zij zet een schaaltje mierzoete lekkernijen neer bij het koffiezetapparaat als het Suikerfeest is. De merendeels Hollandse collega’s laten die zoetigheden goeddeels onaangeroerd. Tegen haar zeggen ze dat zij aan de lijn zijn. Als zij buiten gehoorsafstand is, zeggen zij tegen elkaar dat de zoetigheden niet te vreten zijn. Met Sinterklaas eet zij mee van de pepernoten. Iedereen die jarig is, geeft zij – man of of vrouw – een hand ter felicitatie.

Van haar salaris dat net boven bijstandsniveau is, maakt zij elk jaar tijdens de ramadan een paar honderd euro over naar familie die is achtergebleven in Afghanistan. Want dat is hoe God het wil, zeker omdat zij niet kan meedoen aan de ramadan vanwege haar zwakke hart.

Op een ochtend staat zij met een paar collega’s in de kliniek wat te praten. Een homoseksuele collega loopt langs. Hij maakt een übernichterige grap tegen een andere homoseksuele collega die bij het groepje staat. De moslima van de schoonmaakdienst zegt als de collega is doorgelopen: “Dat mag niet van God. Ieder mens moet doen wat hij wil, maar het mag niet.”

Er valt een hele pijnlijke en ook verwarrende stilte. De homoseksuele collega in het groepje zegt niets, maar loopt rood aan. In de stilte die blijft hangen, gaan de collega’s uiteen en zeggen: “Werk ze!”

Wat nu?

Is de geliefde collega van de schoonmaakdienst een radicale moslima die slecht is geïntegreerd en die de Nederlandse waarden en normen niet heeft geaccepteerd? Tegen zulke mensen zegt onze minister-president Mark Rutte: pleur op! Maar dat willen haar collega’s niet, want zij zijn gesteld op hun lieve collega van de schoonmaakdienst. Tegelijk willen zij hun homoseksuele collega’s ook niet afvallen. Niemand heeft stelling genomen in het pijnlijke moment, noch voor de gewaardeerde homoseksuele collega’s, noch voor de al even geliefde moslima van de schoonmaakdienst. Dat was juist zo pijnlijk en ingewikkeld.

Maar moet er wel stelling ingenomen worden? Moeten we wel zeggen: ‘pleur op’ óf ‘ik omarm je’? Er zijn zoveel dingen waarover je van mening kunt verschillen. Alleen al hoe licht gekleed medewerkers gaan in een kliniek als het zomerweer is. En maakt daarbij nog uit wat voor functie iemand heeft? In direct contact met patiënten of een kantoorfunctie? Hoe hoog mag de rokje, jurkje of de korte broek komen als de mussen van het dak vallen van de hitte? Hoe meer strikte regels daarover worden vastgelegd, hoe moeilijker het wordt te hanteren. Want overal is wel een uitzondering op. Daarom is het beproefde Nederlandse concept – een beetje geven en nemen en dingen bespreekbaar te maken als iemand vindt dat iets echt de spuigaten uitloopt – nog zo slecht niet. Populisme dwingt ons als collega’s om een zwart-wit stelling te nemen die we niet willen. De schoonmaakster mag vinden dat homoseksualiteit niet mag van God. De homoseksuele collega’s mogen overdreven homoseksuele geintjes uithalen. En zij mogen het met elkaar grondig oneens zijn.

Maar moet er dan ook meteen iemand oppleuren?

En zo ja, wie eigenlijk?

The following two tabs change content below.
Jarenlang werkzaam op diverse afdelingen in de klinische psychiatrie. Tegenwoordig verpleegkundige en roosterplanner. Daarnaast actief als freelance journalist. Voorheen redacteur van India Nu, het enige Nederlandstalige tijdschrift over India. Publicaties: Hub’dulü, verwarring en verwondering in Azië (2003), Iedereen heeft wel wat (2010), Impact van suïcide op GGz-medewerkers (2012), In de psychiatrische kliniek, anekdotes uit de GGz (2013). Bezoek de website van Floris Bijlsma op http://www.florisbijlsma.nl/.

Laatste berichten van Floris Bijlsma (toon alles)